Een goed verhaal hoeft niet waar te zijn

Op de lagere school had ik een vriendinnetje dat een echte gangmaker was. Ze heette Saar. Waar zij was wilde iedereen zijn. Als bijen om een honingboom zoemden kinderen om haar heen. Wat had zij dat zo aantrekkelijk was? Ze was wat ouder, groter ook. En wereldwijzer. Maar dat was het niet zozeer. Bovenal kon Saar verhalen vertellen.

Vol adoratie

Ik herinner me nog goed de keer dat zij bij mijn oudere zusje en mij kwam logeren. We lagen op drie matrassen naast elkaar, Saar in het midden. Ademloos luisterden we naar haar avonturen. Over spannende bergtochten met haar vader. Waarbij ze steevast verdwaalden en onder de sterrenhemel moesten overnachten. Over alles dat ze ooit had gebroken, haar arm, haar been, zelfs een keer haar rug. Door een wonder leefde ze nog en was ze niet verlamd. En over de concerten van bejubelede popsterren die zij al had bezocht. Ze kon David Bowie precies nadoen. Zoals hij met een paar kleine bewegingen alleen al de zaal gek had gemaakt. Vol adoratie lagen wij te luisteren. Geschokt, gelukkig, geraakt. En stil, want wat konden wij toevoegen aan zoveel levenservaring? ‘Ik vertel nog één ding en dan ga ik slapen’, zei Saar plotseling. ‘Alles wat ik verteld heb, heb ik verzonnen!’ Ze draaide zich op haar zij en viel in slaap, ons verbouwereerd achterlatend.

Korrel zout

‘Een goed verhaal hoeft niet waar te zijn’, zei mijn eerste vriendje regelmatig. Ook hij kon er wat van. Hij maakte van kleine, alledaagse gebeurtenissen spannende en indrukwekkende belevenissen. Ook al wist ik dat je zijn verhaal met een korrel zout moest nemen, ik trapte er maar al te graag in. Want ik was dol op zijn verhalen, ze gaven jeu aan de alledaagse sleur. Alleen al omdat ik vaak onbedaarlijk hard moest lachen om zijn hilarische anekdotes. Dat die niet helemaal echt gebeurd waren of zelfs helemaal verzonnen, nam ik op de koop toe.

Lepeltje leugen

Verhalen zijn overal, ook in bedrijven die ogenschijnlijk niets bijzonders doen. Of waar weinig muziek in lijkt te zitten. Alles bepalend is de manier waaróp je bijvoorbeeld een bedrijfsgeschiedenis, een mission statement of een wie-zijn-wij vertelt. Een snufje fantasie en een lepeltje leugen kunnen daarbij wonderen doen. Ze kunnen net dat verschil maken, waardoor je mensen emotioneel raakt en je boodschap beklijft. Maar mag dat? Een verhaal verzinnen om mensen te overtuigen van waar jij voor staat? Bedrijven moeten toch juist authentiek zijn? Dat laatste is zeker waar. Wat je verkondigt moet waar zijn. Verzinnen waar je in gelooft en waar je als bedrijf voor staat, een mooi verhaal houden waar geen ziel in zit, daar trapt geen mens in. Maar de verpakking van dat verhaal mag best wat opgepimpt worden.

Verzonnen

De geschiedenis achter fietsenmerk Johnny Loco bijvoorbeeld, over een relaxte jongen die op het strand mooie verhalen vertelt en op een beach cruiser wegrijdt, is verzonnen. Maar puur om een gevoel en levenshouding te illustreren waar deze fietsenmakers wel degelijk echt in geloven en die zij willen overbrengen. Dat lukt maar al te goed. Het is iets anders als zij bijvoorbeeld zouden zeggen: wij geloven in een eerlijke prijs voor een eerlijk gemaakt product, en hun fietsen ondertussen door kinderen in China lieten maken. Maar wil je je consumenten inspireren en een aangenaam gevoel geven, dan hoeft een goed verhaal wat mij betreft inderdaad niet waar te zijn.

Een keer brainstormen over hoe jij jouw verhaal anders kunt formuleren waardoor het beter voor je gaat werken? Neem vrijblijvend contact op via .